Posts tonen met het label Pulitzer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pulitzer. Alle posts tonen

dinsdag 30 augustus 2011

De bekende wereld (2004)


Als kind las ik De negerhut van oom Tom. Oom Tom werd hierin door Harriet Beecher Stowe neergezet als een nobele slaaf, een held, en een prijzenswaardig persoon. Het boek maakte een grote indruk op me, en het zorgde ervoor dat ik sterk geloofde dat a: slavernij verwerpelijk is, en b: alle slaven nobel zijn.
The known world van Edward P. Jones zet dat beeld op zijn kop. De hoofdpersoon is Henry, een vrijgekochte slaaf. Zijn vader - een meubelmaker - kocht eerst zichzelf vrij, daarna zijn vrouw, en als allerlaatste zijn zoon Henry. Henry is dan inmiddels de favoriete slaaf van zijn baas. De relatie met zijn ouders wordt nooit helemaal vertrouwd. Als Henry besluit zijn eerste slaaf te kopen, weigert zijn vader hem de toegang tot zijn huis. 
Henry's plantage bloeit, en op het hoogtepunt heeft hij 33 slaven. Het maakt daarbij niet uit dat hij zwart is. In de wereld van Henry, in de tijd van Henry (1840?), hebben vrije mensen met geld slaven. Zijn eerste slaaf, Moses, zou zijn vriend kunnen zijn. In plaats daarvan zijn ze meester en slaaf.
Als Henry sterft, gaat het bergafwaarts met de plantage, zoals ook de bekende wereld in verval raakt. Slaven ontvluchten. Henry's vader wordt op zekere dag aangehouden door een politiepatrouille. Eén van de mannen eet het document van zijn invrijheidstelling op, en verkoopt hem dan aan een passerende slavenhandelaar. Zijn vrouw wordt neergeschoten als ze verdacht wordt van het helpen van ontsnapte slaven. Vrij zijn betekent niet tegelijkertijd dat je ook rechten hebt.
De bekende wereld heeft een grote indruk op me gemaakt. De stijl maakt het in het begin wat moeilijk te lezen. Personen worden ogenschijnlijk lukraak geïntroduceerd, een beetje als een legpuzzel zonder voorbeeld, waarbij steeds een ander hoekje gevuld wordt. Het duurt bijna 60 pagina's voordat ik een globaal beeld van de puzzel heb. Maar wat een beeld! En dan vooral het einde dat ik niet verder ga beschrijven, een heel onverwacht en ontroerend einde. Een einde dat je het gevoel geeft dat je net het laatste puzzelstukje geplaatst hebt.

Vindplaats
Een gedeelte van de fun is het zoeken van de titels. Dit boek vond ik vrij snel, in mijn eigen bibliotheek, Kerkrade. Ik las de Nederlandse versie. 



maandag 22 augustus 2011

Interpreter of maladies (2000)


Still, there are times I am bewildered by each mile I have traveled, each meal I have eaten, each person I have known, each room in which I have slept. As ordinary as it all appears, there is time when it is beyond my imagination. (The third and final continent. In: Interpreter of maladies.)

Ik houd niet van verhalenbundels, ik houd niet van verhalen die geen happy ending hebben, vooral als ik niet begrijp waarom het misgaat. Interpreter of maladies, de Pulitzer prijs winnaar uit 2000 van de Amerikaanse schrijfster Jhumpa Lahiri ligt daarom na het eerste verhaal nog heel lang op mijn nachtkastje. Sorry Maastricht, de enige bibliotheek in Limburg die een Engelse uitgave heeft. Nog even, en dan krijgen jullie het terug.

Ik neem het boek ter hand als er niets anders meer te lezen is in huis. Een man uit Pakistan gebruikt gedurende een paar maanden het diner bij een Indiaas gezin dat ergens in de VS woont. Het is oorlog tussen de twee landen, en toch eet de man elke dag mee. Ik kan het eten bijna ruiken. Normale scenes, maar in een setting van sari's, curry en gearrangeerde huwelijken. Opeens wil ik doorlezen, een nieuw verhaal beginnen. Het boek uitlezen. Niet om het te kunnen afvinken op mijn lijstje, maar om te duiken in het leven van Indiers in de VS, of in hun eigen land India.

Ik lees over het jonge echtpaar dat een huis koopt vol met christelijke voorwerpen verstopt op de meest vreemde plekken. Ze vinden een Mariabeeld naast de azijnfles in het keukenkastje, een poster van Christus achter de verwarming, en een betonnen madonna in de tuin. Hoe meer de vrouw gefascineerd raakt door de voorwerpen, hoe meer de man zich van haar vervreemd voelt. De housewarming party loopt uit op een grote treasure hunt naar meer voorwerpen. Misschien is er toch een happy ending hier.

Het laatste verhaal eindigt met bovenstaand citaat. Still, there are times I am bewildered by each mile I have traveled.... 
Met 4600 km net achter de rug weet ik precies wat Lahiri bedoelt. Het boek is uit. Heb ik het echt gelezen?

  _____  

Interpreter of maladies is zeker het lezen waard. Maastricht heeft de Engelse uitgave, Brunssum heeft nog een Nederlandse. Maar voor hoe lang?Waarschijnlijk moet je wel snel zijn. Het zou me niet verwonderen als deze paperback uit 2000 de volgende saneerronde niet overleeft.

Mag ik het dan hebben?


maandag 18 april 2011

Een bad vol koud water

Ik stap in bad met de intentie om een half uurtje relaxed te lezen. Twee uur later is het water koud, en het boek uit. Het is lang geleden dat ik een boek gelezen heb dat me zo in zijn greep hield.
Cormac McCarthy won in 2007 de Pulitzer prijs voor literatuur voor zijn boek The road. Dat is ook de reden dat ik het boek lees. Ik heb me voorgenomen alle winnaars te lezen. The road is het 9e boek dat ik in handen neem. En het eerste dat ik met anderen wil delen.

McCarthy beschrijft de tocht van een vader en zijn zoontje door een post apocalyptische wereld. We weten niet hoe ze heten. We weten niet waar ze vandaan komen. We weten niet wat er is gebeurd. We weten alleen dat ze op weg zijn naar het zuiden, omdat het daar warmer is.

De zoon is geboren twee dagen nadat het licht uitging. De moeder snijdt haar polsen door met obsediaan glas. Er zitten nog maar twee kogels in het pistool, niet genoeg voor drie mensen. Dat is alles wat we leren van het verleden. Het bestaat niet meer, we hoeven er niets over te weten.

Er is geen leven meer, geen dieren, insecten, planten. Niets meer, behalve stof. Iedereen die zoals ik ooit geprobeerd heeft zevenblad uit de tuin te verwijderen weet dat de natuur veerkrachtig is, weerbarstig zelfs. Een geheel dode natuur is onvoorstelbaar, beklemmend, angstaanjagend. Het kan niet. Alle rampenfilmen, alle rampenboeken geven hoop op een herstellende natuur. Hier is niets, alleen een zwarte, dode wereld.

Als niets wil groeien, dan kun je je je alleen in leven houden met voorraden van toen. Of met mensen. De trektocht is daarmee meteen een zoektocht en een ontwijktocht. Zoeken in huizen naar overgebleven voorraden. Eén keer ontdekken ze een goedgevulde schuilplaats, maar vaak zijn ze hongerig. Ze ontwijken andere mensen. Niet alleen omdat die slecht kunnen zijn - eten of gegegeten worden - maar ook omdat zijzelf goed willen zijn. Andere mensen ontmoeten betekent de vraag of je deelt wat je hebt, of je anderen laat doodgaan van de honger, of je bereid bent te stelen, te doden om in leven te blijven.

Daarmee zet De Weg je telkens aan het denken over je eigen geweten. Wat zou ik doen? Zou ik teruggaan om te zoeken naar het kleine jongetje? Zou ik de oude man te eten gegeven hebben? Zou ik geschoten hebben?
Morele verontwaardiging is een makkelijke emotie. In onze gedachten zouden we allemaal joden verborgen hebben in de oorlog. Maar zouden we dat echt? 

Het boek heeft geen happy end. Het zuiden blijkt even koud als waar ze vandaan komen. De vader sterft.
Misschien is er één lichtpuntje. De zoon wordt gevonden door een andere goede man. Ze hebben nog even getwijfeld of ze hem achterna zouden gaan. De toekomst blijft onzeker.

Het boek is verfilmd, maar ik zal er niet naar kijken. Mijn eigen beelden zijn sterker dan wat een regisseur kan opnemen. Ik weet niet of ik het ooit nog zal lezen, maar vergeten zal ik het niet snel.