zaterdag 19 juni 2010

Eddy Bearz chatz with his friends #14

I need fingers!

Als je je afvraagt waarom er geen hoofden opstaan: dat is uit privacy overwegingen.

Ik heb geworsteld met deze opdracht. Niet vanwege de techniek, die is eenvoudig. Maar vooral vanwege de toepasbaarheid in de bibliotheek. Vooraf dacht ik heel simpel. Maak een MSN adres aan, en laat de dienstdoende bibliothecaris een chatvenster openhouden. Hoe meer ik me echter in de materie verdiep, hoe meer ik tot de conclusie kom dat dit concept achterhaald is. En dat de term chatten misschien ook wel passé is.

Chat voor eigen gebruik
Mijn eigen chat-ervaringen stammen uit de prehistorie van het internet, of op zijn minst de middeleeuwen. Het chatten zoals ik dat kende, vond ouderwets plaats in chat rooms. ICQ, Yahoo chat, MSN, ik heb ze allemaal wel eens uitgeprobeerd. Niet alleen om in contact te komen met vreemden of bekenden, maar ook om samen te werken aan studieopdrachten.
Ik heb er zelfs goede vriendschappen aan overgehouden. Vriendschappen die ik vanwege het tijdsverschil nu per mail onderhoudt. Als WESTWIND opstaat (New York), gaat TEEJ naar bed (Sidney), en ik zit daar precies tussenin. Chatten is niet mijn ding. Mailen, Skype, bellen, dat zijn de mijne.

Er blijken zelfs bedrijven te zijn waar de medewerkers per chat communiceren. In plaats van op te staan en de ander in het werk te storen, gewoon een vraag per chat stellen. Of dat bij ons zou werken, vraag ik me af. Daarvoor zitten we te kort op elkaar. En laten we eerlijk zijn, wij doen het liever op de ouderwetse manier.
Bovendien zijn er tegenwoordig betere tools, zoals Skype, Google docs of zelfs Twitter en Hyves.

Chatten als interactieve tool voor onze klanten
Ik ben van een andere generatie, chatten maakt geen onderdeel uit van mijn levensstijl. Voor mezelf is chat daarom niet het eerste waar ik aan denk als het gaat om communicatie. Voor een gedeelte van onze bestaande klanten geldt dat ook. Zij komen aan de balie (veel), bellen ons (wat minder) en mailen (bijna nooit). Zij hebben geen behoefte aan chat. Zij niet, nee.

Maar hoe zit het dan met die andere (niet-) klanten? Kunnen we die van dienst zijn door te chatten? Is er behoefte aan? Kunnen we die behoefte creëren? Is chatten überhaupt nog van deze tijd?

Die vraag moet beantwoord worden voordat we gaan kijken naar toepassingen voor de bibliotheek. Ik ga op zoek naar de toekomst van IM (instant Messaging) via google. Er is veel te vinden, opvallend veel literatuur rond 2003, die allemaal hetzelfde voorspellen: IM wordt het helemaal. Uiteindelijk kom ik bij deze site terecht, waar ik een korte beschrijving van een onderzoek vind naar technologie gebruik. Voor mij relevante conclusies:

•The younger generation prefers to use multiple channels of communication, often choosing social networks, text messaging or instant messaging instead of e-mail and in-person meetings.

•While email is still the leading technology tool of choice, usage of text messaging, instant messaging, social networking and online productivity tools are on the rise with white-collar workers under 35, with nearly one in three reporting they use these technologies at work daily.

http://eon.businesswire.com/portal/site/eon/permalink/?ndmViewId=news_view&newsId=20090512006660&newsLang=en
(bevat ook een link naar het complete rapport. Fascinerend)

Als ik dit goed lees, is IM het communicatiekanaal van de toekomst. En dat betekent voor ons bibliothecarissen, dat we er niet aan ontkomen om IM te gaan gebruiken om met onze klanten te praten.
De chattende bibliothecaris moet er dus echt komen. Waar en in welke vorm, dat wordt snel beslissen. Misschien dat het ding 17 sociale netwerken meer helderheid brengt. We moeten per slot zijn waar de klant is.

1 opmerking:

  1. In het onderzoek dat ik gedaan heb voor al@din, werden de noodzaak en de wenselijkheid ook al onderkend en zijn we snel gaan kijken welke tools daarbij ingezet kunnen worden. Anno 2010 is IM nog steeds een top-app en vind je het niet alleen meer terug in losse toepassingen, maar veel en steeds meer ook in sociale netwerken. Mijn idee is, dat je als bibliotheek op zijn minst overal een account moet hebben. Je online status geef je dan weer m.b.v. meebo. Een betere vorm van 'zijn waar de gebruiker is', kan ik me voorlopig niet indenken. Die hoeft immers niet meer naar je website (ook al zou je dat zooooo graag willen, toch?) maar weet je direct te vinden in zijn/haar contactlijst.

    Voorwaarden: gepassioneerde medewerkers die snel en accuraat kunnen communiceren EN informatie vinden. Zijn die er bij jullie in huis?

    BeantwoordenVerwijderen