zondag 25 juli 2010

Eddy Bearz is back and thinks about media

Bord des Orgues, hoog boven de Dordogne


































I am not scared of hights, I am not!

We zijn terug. Met een hoofd vol indrukken, een paar honderd foto's en een mand met vuile was. Maar daar wil ik nu niet aan denken. Ik kijk vooral terug op ons media gebruik.

Ik had mezelf voorgenomen om echt weg te zijn. Dus geen e-mail, geen telefoon, geen internet. En afgezien wat afgesproken momenten om te laten horen dat we nog leven, hebben we ons daar aan gehouden. Want je kunt je niet echt losmaken van het werk als je elke dag in je gmail box kijkt en je ziet dat je geen afspraken hebt voor vandaag. Dus hoe was het?

Internet
We hadden in april een Franse prepaid internet stick gekocht, voornamelijk voor weerberichten ed. Deze bleek niet meer te werken, dus we waren afhankelijk van hotspots hier en daar. Dat worden er steeds meer, het grappige is dat op goedkope campings wifi vaak gratis is, op dure campings moet je er vaak ook nog duur voor betalen. Er zijn echter steeds meer plekken waar je ook gratis kunt internetten, vooral bij grote supermarkten.
We kunnen heel goed zonder mail, ik kan zelfs mijn sociale netwerken missen. Behalve de eerste week hebben we er niet meer naar omgekeken. Wat we wel misten, is internet als informatiebron. Wanneer is de volgende voetbal wedstrijd? Wat zit er in de vrucht van een plataan? Heeft een sprinkhaan vleugels? Was Castelnaud nu Frans of Engels?
Maar vooral: hoe is het weer in de diverse gedeelten van Frankrijk? Even weeronline checken is er niet bij. Nee, internet kunnen we niet missen, misschien wel een dag, maar geen week.

TV
We zijn niet echt tv-kijkers, maar deze keer ging er een TV stick mee voor de laptop. Met een kleine antenne aangesloten op de usb poort kun je vrije digitale tv zenders ontvangen. In Frankrijk zijn dat meest publieke zenders. Doel was het kijken van voetbal wedstrijden.
Frankrijk is lang zo ver niet als Nederland met het omzetten van analoog naar digitaal signaal. We hadden niet overal signaal. Sommige wedstrijden hebben we kunnen zien, maar voor de finale hebben we een camping op moeten zoeken, waar we tussen allemaal Fransen Spanje verdiend hebben zien winnen. Grappig was de keer dat we verbinding hadden, maar 5 seconden achterliepen op de tv van de kantine. Je kon de doelpunten horen vallen, maar zag ze zelf pas later.
Eindconclusie: als je elke dag tv wilt kijken, moet je investeren in een schotel. Voor incidentele gevallen als het wk is deze kaart een uitkomst, vooral als Frankrijk medio 2011 helemaal om is op digitale tv.

Boeken
Ik heb 28 boeken gelezen, de hele Jean Auel serie, omdat de A nou eenmaal de eerste letter van het alfabet is, deel 1-20 van de In Death serie van J.D. Robb (romantische sf detectives), en de Lifeship trilogie van Hobbs. Ik had de boeken van te voren vanuit mijn eigen e-book collectie op de Sony Reader van de bieb gezet, samen met nog 60 andere boeken. Daar ben ik helaas niet meer aan toe gekomen.
Eindconclusie: ik koop er een voor mezelf. De reader past in mijn broekzak indien nodig. Ik kan lezen onder alle omstandigheden, en ik kan zeker 20 uur lezen zonder op te laden. Mijn eigen collectie e-books is helaas nog illegaal. Veel titels zijn ook in gedrukte vorm niet in Nederland te krijgen. Het illegale aanbod wordt een stuk minder nu er meer te koop is, en dat is maar goed ook.

En denk je nog steeds dat e-books het niet redden? Lees dan deze post over de nieuwe manier van uitgeven. publishing-is-dead

De krant
Een van de manieren om echt thuis te landen, is altijd geweest het lezen van alle kranten achter elkaar. Dit jaar hebben we voor het eerst ons abonnement tijdelijk opgezegd. En hoe bevalt het?
Goed, moet ik zeggen. Ik geloof niet dat we echt wat gemist hebben. We hebben nog steeds geen kabinet, we hebben nog steeds geen CAO, het olielek is nog steeds niet helemaal dicht, en met de beurs is het ook nog niet zo goed.

Zo, nu ga ik eerst het Zondagsnieuws lezen. :)

vrijdag 25 juni 2010

Eddy Bearz goes on vacation

Van hier tot daar. Dat weten we al. De rest is nog onzeker en afhankelijk van onze avonturenlijst:
23 dingen om te doen op vakantie. Daaronder
- een klein museum bezoeken (misschien het fameuze biermuseum van Stenay)
- iets geks kopen op een rommelmarkt
- picknicken aan de voet van een berg (met dank aan Gabriele voor het schitterende servies)

Tot over 4,5 week.

Miriam


Tour de France2010 weergeven op een grotere kaart

zaterdag 19 juni 2010

Eddy Bearz chatz with his friends #14

I need fingers!

Als je je afvraagt waarom er geen hoofden opstaan: dat is uit privacy overwegingen.

Ik heb geworsteld met deze opdracht. Niet vanwege de techniek, die is eenvoudig. Maar vooral vanwege de toepasbaarheid in de bibliotheek. Vooraf dacht ik heel simpel. Maak een MSN adres aan, en laat de dienstdoende bibliothecaris een chatvenster openhouden. Hoe meer ik me echter in de materie verdiep, hoe meer ik tot de conclusie kom dat dit concept achterhaald is. En dat de term chatten misschien ook wel passé is.

Chat voor eigen gebruik
Mijn eigen chat-ervaringen stammen uit de prehistorie van het internet, of op zijn minst de middeleeuwen. Het chatten zoals ik dat kende, vond ouderwets plaats in chat rooms. ICQ, Yahoo chat, MSN, ik heb ze allemaal wel eens uitgeprobeerd. Niet alleen om in contact te komen met vreemden of bekenden, maar ook om samen te werken aan studieopdrachten.
Ik heb er zelfs goede vriendschappen aan overgehouden. Vriendschappen die ik vanwege het tijdsverschil nu per mail onderhoudt. Als WESTWIND opstaat (New York), gaat TEEJ naar bed (Sidney), en ik zit daar precies tussenin. Chatten is niet mijn ding. Mailen, Skype, bellen, dat zijn de mijne.

Er blijken zelfs bedrijven te zijn waar de medewerkers per chat communiceren. In plaats van op te staan en de ander in het werk te storen, gewoon een vraag per chat stellen. Of dat bij ons zou werken, vraag ik me af. Daarvoor zitten we te kort op elkaar. En laten we eerlijk zijn, wij doen het liever op de ouderwetse manier.
Bovendien zijn er tegenwoordig betere tools, zoals Skype, Google docs of zelfs Twitter en Hyves.

Chatten als interactieve tool voor onze klanten
Ik ben van een andere generatie, chatten maakt geen onderdeel uit van mijn levensstijl. Voor mezelf is chat daarom niet het eerste waar ik aan denk als het gaat om communicatie. Voor een gedeelte van onze bestaande klanten geldt dat ook. Zij komen aan de balie (veel), bellen ons (wat minder) en mailen (bijna nooit). Zij hebben geen behoefte aan chat. Zij niet, nee.

Maar hoe zit het dan met die andere (niet-) klanten? Kunnen we die van dienst zijn door te chatten? Is er behoefte aan? Kunnen we die behoefte creëren? Is chatten überhaupt nog van deze tijd?

Die vraag moet beantwoord worden voordat we gaan kijken naar toepassingen voor de bibliotheek. Ik ga op zoek naar de toekomst van IM (instant Messaging) via google. Er is veel te vinden, opvallend veel literatuur rond 2003, die allemaal hetzelfde voorspellen: IM wordt het helemaal. Uiteindelijk kom ik bij deze site terecht, waar ik een korte beschrijving van een onderzoek vind naar technologie gebruik. Voor mij relevante conclusies:

•The younger generation prefers to use multiple channels of communication, often choosing social networks, text messaging or instant messaging instead of e-mail and in-person meetings.

•While email is still the leading technology tool of choice, usage of text messaging, instant messaging, social networking and online productivity tools are on the rise with white-collar workers under 35, with nearly one in three reporting they use these technologies at work daily.

http://eon.businesswire.com/portal/site/eon/permalink/?ndmViewId=news_view&newsId=20090512006660&newsLang=en
(bevat ook een link naar het complete rapport. Fascinerend)

Als ik dit goed lees, is IM het communicatiekanaal van de toekomst. En dat betekent voor ons bibliothecarissen, dat we er niet aan ontkomen om IM te gaan gebruiken om met onze klanten te praten.
De chattende bibliothecaris moet er dus echt komen. Waar en in welke vorm, dat wordt snel beslissen. Misschien dat het ding 17 sociale netwerken meer helderheid brengt. We moeten per slot zijn waar de klant is.

Als je de computer weglaat...

Dan gebeurt er dit.


The Art of Analog Computing from meltmedia on Vimeo.

donderdag 10 juni 2010

Twitterfeed. Lukt tie?

Interessante post van Rob over Twitterfeed. Dat moet ik uitproberen.

Later: gelukt. Alweer wat geleerd.

woensdag 9 juni 2010

Eddy Bearz shares his documents #13

















Paperless office anyone?

Daar zit je dan. Alle bestanden op je stick geladen om thuis te kunnen werken, en dan blijkt de stick nog in de computer te zitten.
Of je werkt samen met een collega aan een document. Je blijft het maar heen- en weer sturen. Uiteindelijk weet je niet meer welke versie nu de meest recente was.

Voorbeeld 1
We hebben een workshop met beperkte capaciteit. Mensen staan aan de balie van één van onze 10 lokaties om zich in te schrijven. Hoe zorg je ervoor dat je lijst up to date blijft zonder heel dure investeringen in infrastructuur?

Voorbeeld 2
Ik ga thuis werken. Ik heb twee spreadsheets, een Word document en een database nodig. De database is 25 mb. Bijkomend probleem: ik ben niet de enige die deze bestanden gebruikt. De informatie in zowel de database als de spreadsheet worden gevuld door Marie Jeanne. Ik verwerk vervolgens de gegevens tot rapporten. Er zijn dus twee personen die updaten.

Nu vul ik mijn stick met gegevens, werk thuis vanaf de stick, en kopieer vervolgens de bewerkte bestanden terug. Soms vergeet ik dat, en heeft Marie Jeanne inmiddels al nieuwe data toegevoegd in haar versie.

Voorbeeld 3
Bij PLB werken we samen met een team van 5 verschillende bibliotheken. We moeten afspraken maken, documenten delen, urenregistraties bijhouden, en nog veel meer. Hoe zorgen we ervoor dat dit geen babylonische spraakverwarring wordt?

Enter on line document sharing

Plekken om je documenten op te slaan, zijn er legio. Voor het PLB project hebben we Huddle gebruikt. Het werkte redelijk goed, behalve dan dat het in het Engels is. Een paar jaar geleden experimenteerde ik met Google docs om te kijken of ik voorbeeld 1 kon oplossen: een on-line inschrijflijst. Ik vond toen het risico op fouten te groot, en dat vind ik voor deze toepassing nog steeds. Maar om te stoeien is het mooi.
Ik blader wat door de sjablonen (veel puin) en probeer wat spreadsheets uit. Mwah! Voorlopig houd ik het nog op mijn USB stick.

Dan struikel ik over Office live. Ik blijk ooit nog een live account gemaakt te hebben, and als ik daar op inlog, dan vind ik een mooie workspace met voorgedefinieerde indelingen en documenten. En het allermooiste: het is geïntegreerd in Office 2007!
Ik maak een projectplanning, pas on-line wat documenten aan, en ga dan naar Word. Daar vind ik (na installatie van een plug in) een knop om bestanden te openen of te bewaren in de Live omgeving.
Kijk, dit is wat ik zoek. Geen gedoe met upload, geen conversie van bestanden, gewoon gebruiken als een extra opslaglocatie. Microsoft: petje af.

Ik weet niet of het lukt om de workspace te delen door het plaatsen van een link, maar probeer het maar eens uit hier. In deze opzet is Windows live superieur boven Google Docs. Waard om verder te testen.

Ben ik nu helemaal om? Niet helemaal. Ik ben nu eenmaal gevoelig voor zaken die met privacy te maken hebben. Je gegevens ergens neerzetten zonder dat je weet waar, wie er aan kan, wat er mee gebeurt, dat vind ik nog steeds een eng idee. Vooral als het kan gaan om vertrouwelijke zaken.
Bovendien: wat als Microsoft opeens besluit om geld te gaan vragen? Kan allemaal gebeuren. Denk maar eens terug aan het verhaal van de banken (als je oud genoeg bent om je dat te herinneren): eerst zorgen ze ervoor dat niemand zonder een bankrekening kan, en dan gaan ze voor alles geld vragen. :)

Maar wat dan? We hebben natuurlijk eKick. eKick is een on line werkomgeving als Google Docs en Windows live. De applicatie is gekocht door Bibliotheekhuis Limburg, en door bibliotheken te gebruiken voor hun werkomgevingen. Als je als Limburgse bibliotheek overweegt om een digitale werkomgeving te gaan gebruiken, dan is eKick zeker de moeite waard om te overwegen.
eKick kan enorm veel. Dat heeft meteen het nadeel dat het minder gebruikersvriendelijk is. Bij het testen van de applicatie speelde ik het klaar om een uitnodiging voor een vergadering te versturen naar alle! eKick gebruikers. Sindsdien ben ik wat voorzichtiger.
Wel grappig trouwens dat er een aantal mensen meldden aan de vergadering deel te zullen nemen zonder zich af te vragen waarom zijn deze uitnodiging kregen. :)
Ander nadeel is de snelheid. Dat zou beter moeten.

Eindconclusie:
On line toepassingen hebben de toekomst. We zullen steeds vaker samenwerken via internet. Er worden al voorzichtig goede pogingen gedaan, maar we zijn er nog lang niet. Voorlopig hang ik mijn USB stick niet aan de wilgen, maar ik zal wel verder spelen met Windows Live, en toch nog maar eens naar eKick gaan.
Jullie zijn gewaarschuwd, als jullie binnenkort een eKick uitnodiging krijgen voor een onbegrijpelijke vergadering, dat was ik. :)

zaterdag 29 mei 2010

Librarians do gaga



Niet echt 23 dingen, maar te mooi om te laten liggen.
Wat me ook opvalt: in de USA heten de medewerkers van een bibliotheek gewoon librarian. Wat is er eigenlijk mis met de aanduiding bibliothecaris?

Oorspronkelijk gevonden op: BoingBoing